De CZC – De Cybernetische Zeewezens Club

Deel 1 – De Zwarte Golf

 

Niemand wist precies wanneer het begon.

Eerst steeg de zee een paar centimeter. Daarna een meter. Vervolgens kwamen de stormen. Dijken braken alsof ze van papier waren gemaakt. Hele steden verdwenen onder het water.

Wetenschappers noemden het De Grote Verdrinking.

Diep onder de Noordzee, verborgen in een enorme onderwaterbasis, werkte professor L. Bouman de 12de aan een geheim project. Hij wist dat gewone mensen de oceaan niet meer konden redden. Daarom bouwde hij een team van bijzondere cybernetische zeewezens.

Ze noemden zichzelf de CZC – Cybernetische Zeewezens Club.

De leden waren allemaal anders en hadden hun eigen talenten.

  • Oroe – een razendsnelle cyberdolfijn met een sonar die door kilometers water heen kon kijken.
  • Onnie – een enorme orka met een bijna onverwoestbaar pantser en een hart van goud.
  • Oland – een slimme octopus die met haar acht armen bijna elk slot kon openen en zich perfect kon camoufleren.
  • Ess – een elektrische rog die krachtige energievelden kon opwekken en vijandelijke machines kon uitschakelen.
  • Gber – een eeuwenoude zeeschildpad met een geheugen vol geheimen over de oceanen.
  • Arc – de snelste aal ter wereld. Niemand kon hem bijhouden als hij door het water schoot.
  • Art – een slimme pieterman met drie giftige stekels op zijn rug. Hij was een briljante technicus die onderwatervoertuigen, poorten, robots en andere uitvindingen kon ontwerpen en bouwen. Dankzij zijn camouflage kon hij zich bovendien bijna onzichtbaar maken op de zeebodem.
  • Aul – een briljante zalm die ingewikkelde puzzels en berekeningen sneller oploste dan de krachtigste computers.
  • Amar – een grote kreeft die luid, grappig en soms een beetje druk was, maar altijd als eerste voor haar vrienden opkwam.
  • Ef – een indrukwekkende haai met een ongelooflijke kracht. Hij kon stalen deuren openbreken alsof ze van karton waren.

Samen vormden ze het sterkste team dat ooit in de oceanen had geleefd.

Op een rustige nacht ging plotseling overal in de basis het alarm af.

CODE ZWART.

Niet vanwege een storm.

Niet vanwege een tsunami.

Maar vanwege iets dat vanuit de diepste oceaankloof langzaam omhoog kwam.

Alle schermen kleurden rood.

Een enorme schaduw verscheen op de sonar.

Hij was groter dan een eiland.

Zelfs Oroe kon het einde ervan niet zien.

Iedereen keek naar Gber.

De oude schildpad staarde zwijgend naar het scherm.

Na een lange stilte zei hij:

“Ik ken dat wezen…”

Iedereen draaide zich naar hem om.

“Volgens een eeuwenoude legende werd het duizenden jaren geleden opgesloten op de bodem van de oceaan.”

“Als het echt is ontsnapt…”

“…dan staat niet alleen de zee op het spel.”

“Dan zal de hele mensheid verdrinken.”

In de controlekamer werd het doodstil.

De CZC keek elkaar aan.

Hun eerste missie was begonnen.

Einde van deel 1.

Deel 2 – De Verdronken Stad

In de onderwaterbasis bleef het alarm loeien.

“CODE ZWART! CODE ZWART!”

Op een gigantisch scherm verscheen een oude kaart van de Noordzee. Een rood knipperend punt bewoog langzaam richting de kust. “Dat wezen komt niet zomaar omhoog,” zei Aul, terwijl hij razendsnel de gegevens analyseerde. “Het lijkt ergens naartoe te gaan.” “Maar waar?” vroeg Art, die ondertussen al bezig was een snelle onderwaterdrone in elkaar te zetten. Gber keek aandachtig naar de kaart. “De Verdronken Stad.” Iedereen keek hem verbaasd aan. “Lang geleden lag daar een grote stad. Toen de zee steeg, verdween die helemaal onder water. Volgens oude verhalen ligt er diep onder die stad een machine die de waterstromen van de hele aarde kan beïnvloeden.”

“Als dat monster die machine bereikt.” zei Ess. “…kan het de oceanen laten stijgen,” maakte Oroe af. “Dan hebben we geen seconde te verliezen!” riep Amar zo hard dat iedereen opschrok. “Rustig” lachte Onnie. “Je hoeft niet de hele oceaan wakker te schreeuwen.” Amar grijnsde. “Dat gebeurt vanzelf wel.”

Even later vertrok de CZC op missie. Iedereen ging meteen aan de slag, met zijn of haar eigen kwaliteiten. Arc schoot als een bliksemschicht vooruit om de route te verkennen. Oroe gebruikte zijn sonar en ontdekte verborgen grotten en oude tunnels. Ess liet elektrische pulsen door het water gaan om gevaarlijke machines op te sporen. Art bestuurde een kleine bouwrobot die ingestorte doorgangen vrijmaakte. Ef zwom achteraan om het team te beschermen.

Na uren zwemmen verscheen in de verte een enorme stad. Hoge torens lagen schuin op de zeebodem. Ramen waren begroeid met koraal. Straten waren veranderd in rivieren vol vissen. “Dit is ongelooflijk…” fluisterde Aul. Maar toen gebeurde er iets. In alle gebouwen begonnen ineens duizenden blauwe lampjes tegelijk te branden. “Dat hoort niet…” zei Ess.

Plotseling klonk een zware metalen stem door de verlaten stad.

“ONBEVOEGDE INDRINGERS GEDETECTEERD.”

De grond begon heftig te trillen. Uit de straten kwamen tientallen gigantische robotkrabben omhoog. Hun ogen gloeiden fel rood. Ef zette zich schrap. Onnie balde zijn vinnen. Oroe keek naar zijn vrienden. “Volgens mij…” “…gaan we vechten.”