De CZC – De Cybernetische Zeewezens Club
Niemand wist precies wanneer het begon.
Eerst steeg de zee een paar centimeter. Daarna een meter. Vervolgens kwamen de stormen. Dijken braken alsof ze van papier waren gemaakt.
Hele steden verdwenen onder het water.
Wetenschappers noemden het De Grote Verdrinking.
Diep onder de Noordzee, verborgen in een enorme onderwaterbasis, werkte professor L. Bouman de 12de aan een geheim project. Hij wist dat gewone mensen de oceaan niet meer konden redden. Daarom bouwde hij een team van bijzondere cybernetische zeewezens.
Ze noemden zichzelf de CZC – Cybernetische Zeewezens Club.
De leden waren allemaal anders en hadden hun eigen talenten.
- Oroe – een razendsnelle cyberdolfijn met een sonar die door kilometers water heen kon kijken.
- Onnie – een enorme orka met een bijna onverwoestbaar pantser en een hart van goud.
- Oland – een slimme octopus die met haar acht armen bijna elk slot kon openen en zich perfect kon camoufleren.
- Ess – een elektrische rog die krachtige energievelden kon opwekken en vijandelijke machines kon uitschakelen.
- Gber – een eeuwenoude zeeschildpad met een geheugen vol geheimen over de oceanen.
- Arc – de snelste aal ter wereld. Niemand kon hem bijhouden als hij door het water schoot.
- Art – een slimme pieterman met drie giftige stekels op zijn rug. Hij was een briljante technicus die onderwatervoertuigen, poorten, robots en andere uitvindingen kon ontwerpen en bouwen. Dankzij zijn camouflage kon hij zich bovendien bijna onzichtbaar maken op de zeebodem.
- Aul – een briljante zalm die ingewikkelde puzzels en berekeningen sneller oploste dan de krachtigste computers.
- Amar – een grote kreeft die luid, grappig en soms een beetje druk was, maar altijd als eerste voor haar vrienden opkwam.
- Ef – een indrukwekkende haai met een ongelooflijke kracht. Hij kon stalen deuren openbreken alsof ze van karton waren.
Samen vormden ze het sterkste team dat ooit in de oceanen had geleefd.
Op een rustige nacht ging plotseling overal in de basis het alarm af.
CODE ZWART.
Niet vanwege een storm.
Niet vanwege een tsunami.
Maar vanwege iets dat vanuit de diepste oceaankloof langzaam omhoog kwam.
Alle schermen kleurden rood.
Een enorme schaduw verscheen op de sonar.
Hij was groter dan een eiland.
Zelfs Oroe kon het einde ervan niet zien.
Iedereen keek naar Gber.
De oude schildpad staarde zwijgend naar het scherm.
Na een lange stilte zei hij:
“Ik ken dat wezen…”
Iedereen draaide zich naar hem om.
“Volgens een eeuwenoude legende werd het duizenden jaren geleden opgesloten op de bodem van de oceaan.”
“Als het echt is ontsnapt…”
“…dan staat niet alleen de zee op het spel.”
“Dan zal de hele mensheid verdrinken.”
In de controlekamer werd het doodstil.
De CZC keek elkaar aan.
Hun eerste missie was begonnen.
Einde van deel 1.
In de onderwaterbasis bleef het alarm loeien.
“CODE ZWART! CODE ZWART!”
Op een gigantisch scherm verscheen een oude kaart van de Noordzee. Een rood knipperend punt bewoog langzaam richting de kust. “Dat wezen komt niet zomaar omhoog,” zei Aul, terwijl hij razendsnel de gegevens analyseerde. “Het lijkt ergens naartoe te gaan.” “Maar waar?” vroeg Art, die ondertussen al bezig was een snelle onderwaterdrone in elkaar te zetten. Gber keek aandachtig naar de kaart. “De Verdronken Stad.” Iedereen keek hem verbaasd aan. “Lang geleden lag daar een grote stad. Toen de zee steeg, verdween die helemaal onder water. Volgens oude verhalen ligt er diep onder die stad een machine die de waterstromen van de hele aarde kan beïnvloeden.”
“Als dat monster die machine bereikt.” zei Ess. “…kan het de oceanen laten stijgen,” maakte Oroe af. “Dan hebben we geen seconde te verliezen!” riep Amar zo hard dat iedereen opschrok. “Rustig” lachte Onnie. “Je hoeft niet de hele oceaan wakker te schreeuwen.” Amar grijnsde. “Dat gebeurt vanzelf wel.”
Even later vertrok de CZC op missie. Iedereen ging meteen aan de slag, met zijn of haar eigen kwaliteiten. Arc schoot als een bliksemschicht vooruit om de route te verkennen. Oroe gebruikte zijn sonar en ontdekte verborgen grotten en oude tunnels. Ess liet elektrische pulsen door het water gaan om gevaarlijke machines op te sporen. Art bestuurde een kleine bouwrobot die ingestorte doorgangen vrijmaakte. Ef zwom achteraan om het team te beschermen.
Na uren zwemmen verscheen in de verte een enorme stad. Hoge torens lagen schuin op de zeebodem. Ramen waren begroeid met koraal. Straten waren veranderd in rivieren vol vissen. “Dit is ongelooflijk…” fluisterde Aul. Maar toen gebeurde er iets. In alle gebouwen begonnen ineens duizenden blauwe lampjes tegelijk te branden. “Dat hoort niet…” zei Ess.
Plotseling klonk een zware metalen stem door de verlaten stad.
“ONBEVOEGDE INDRINGERS GEDETECTEERD.”
De grond begon heftig te trillen. Uit de straten kwamen tientallen gigantische robotkrabben omhoog. Hun ogen gloeiden fel rood. Ef zette zich schrap. Onnie balde zijn vinnen. Oroe keek naar zijn vrienden. “Volgens mij…” “…gaan we vechten.”
De robotkrabben kwamen langzaam dichterbij.
KLOENK… KLOENK… KLOENK…
Hun stalen scharen waren zo groot als auto’s en hun rode ogen volgden elke beweging van de CZC. “Niet allemaal tegelijk aanvallen,” zei Oroe. “Werk samen!” Nog voordat iemand iets kon zeggen, stormde Amar naar voren.
“Kom maar op!”
KNAL!
Een robotkrab sloeg haar achteruit. “Au… misschien had ik eerst een plan moeten maken,” mompelde Amar. Ondertussen schoot Arc met enorme snelheid tussen de robotkrabben door. Ze probeerden hem te grijpen, maar hij was veel te snel. “Mis! Mis! En weer mis!” riep Arc lachend. Terwijl de krabben Arc achternazaten, gebruikte Ess haar elektrische krachten.
ZZZZTTT!
Een krachtige stroom schoot door het water. Drie robotkrabben begonnen te vonken en vielen stil. “Yes, dat werkte!” zei Ess. Aan de andere kant van de straat trok Art snel een metalen balk uit een oud gebouw. Binnen een paar minuten had hij een slimme val gebouwd. “Onnie! Deze kant op!” Onnie zwom recht op de grootste robotkrab af en gaf haar een enorme beuk.
BOEM!
De robot rolde precies de val van Art in.
KRAK!
De metalen poort klapte dicht. “Mooi teamwork!” riep Oroe. Ondertussen had Oland zich verstopt door van kleur te veranderen. Onzichtbaar kroop ze achter de grootste robotkrab langs. Met haar acht armen opende zij een onderhoudsluik. “Even kijken…” Zij trok een paar kabels los.
POEF!
De robot viel meteen uit. “Dat was makkelijker dan ik dacht.” Maar zo snel waren ze nog niet gewonnen. De hele stad begon opnieuw te schudden. Aul keek geschrokken naar zijn scanner. “Niet goed?” “Wat is er?” vroeg Gber. “Deze robotkrabben werden niet bestuurd door zichzelf.” “Ze kregen bevelen van één centrale computer.” “En die computer…” Hij wees naar een enorme donkere toren in het midden van de stad. “…is zojuist wakker geworden.” Op dat moment gingen boven in de toren twee gigantische rode ogen open. Een diepe stem dreunde door de stad:
“FASE TWEE GEACTIVEERD.”
Langzaam opende de toren zich. Er stapte een reusachtige robot uit. Hij was groter dan alle robotkrabben samen. Zelfs Ef, de sterkste van de CZC, keek met angst omhoog. Oroe slikte. “Ik denk dat de echte strijd nu pas begint.”
De reusachtige robot zette één stap. BOEM! De zeebodem trilde. Nog een stap. BOEM! Stof en zand wervelden op. “Wat een gigant!” riep Amar.
De robot keek de CZC aan. Zijn rode ogen lichtten fel op. “DOELWIT GEVONDEN. SCHAKEL DE CZC UIT.” “Rennen!” riep Oroe.
De robot vuurde een krachtige waterstraal af. WHOESH! De straal schoot rakelings langs Arc, die er met zijn enorme snelheid net op tijd onderdoor dook.
“Dat was héél dichtbij!” Ef zwom recht op de robot af. Met al zijn kracht gaf hij een enorme beuk. KRAK!
De robot schoof een stukje achteruit, maar viel niet om. “Sterk ding…” gromde Ef. Ondertussen keek Aul aandachtig naar de robot. “Er moet een zwakke plek zijn.” Hij liet zijn scanner over de robot gaan. Na een paar seconden riep hij: “Op zijn rug! Daar zit een energiekern!” “Dan moeten we daar zien te komen,” zei Onnie. Art kreeg een idee. “In vijf minuten kan ik een katapult bouwen!” “Vijf minuten?” zei Amar. “Dat is veel te lang!” “Drie minuten dan,” antwoordde Art met een glimlach. Terwijl Art razendsnel onderdelen verzamelde, hielden de anderen de robot bezig. Ess schoot bliksemsnelle elektrische ontladingen af.
ZZZT! De robot begon even te haperen. Oland veranderde van kleur en sloop ongemerkt achter de reus langs. Met haar acht armen maakte zij een paar beschermplaten los. Bijna…” fluisterde zij. Na drie minuten riep Art: “De katapult is klaar!” “Wie gaat?” vroeg Oroe. Iedereen keek naar Arc. Arc grijnsde.
“Dat is een klus voor de snelste aal ter wereld.” Art schoot Arc met de katapult omhoog. ZWIEP! Arc vloog door het water als een pijl. Hij landde precies op de schouder van de robot, rende over zijn rug en bereikte de gloeiende energiekern. “Nu!” riep Oroe. Arc trok met al zijn kracht een dikke kabel los.
KRAK! De robot verstijfde. Zijn ogen knipperden. Toen viel hij met een oorverdovende dreun om.
BOOOOOOOM! De hele Verdronken Stad juichte… of beter gezegd: de vissen schoten alle kanten op. “Gelukt!” riep Amar. Maar Gber keek niet blij. Hij staarde naar een oud stenen gebouw dat door het neervallen van de robot zichtbaar was geworden. Boven de ingang stonden vreemde tekens. Gber werd bleek. “Nee…” “Wat is er?” vroeg Oroe. “Dat is de Tempel van de Getijden. Daar ligt iets opgesloten…” “…en ik ben bang dat we het zojuist hebben wakker gemaakt.”
Diep onder de tempel klonk een laag, dreunend geluid. BOEM… BOEM… BOEM… Alsof een enorm hart weer begon te kloppen.
Einde van deel 4.
Het dreunende geluid werd steeds harder.
BOEM… BOEM… BOEM…
De Tempel van de Getijden begon te trillen. Oude stenen vielen naar beneden en een grote poort schoof langzaam open.
“Blijf dicht bij elkaar,” zei Oroe. Voorzichtig zwom de CZC naar binnen. Binnen was het donker. Alleen blauwe kristallen in de muren gaven een zacht licht. In het midden van de tempel stond een enorme, glazen bol. Daarin draaide een helderblauwe energie als een kleine draaikolk. Aul keek naar zijn scanner. “Dit is ongelooflijk… Dit is het Hart van de Oceaan!” “Wat doet het?” vroeg Art. “Het regelt de stromingen van alle zeeën op aarde. Als iemand het in handen krijgt, kan hij de zeespiegel laten stijgen of dalen.” Iedereen werd stil.
Toen zag Gber iets op een oude stenen muur. “Hier staat een waarschuwing,” zei hij. Hij las de oude letters hardop: ‘Wie het Hart wil gebruiken uit hebzucht of macht, zal de zee tegen zich krijgen.’ Plotseling klonk er een ijzige lach. “Hahaha…” De CZC draaide zich om. Uit de schaduw verscheen een grote, zwarte figuur met felgroene ogen. Hij droeg een glanzend metalen pantser. “Wie ben jij?” vroeg Onnie. De vreemdeling glimlachte. “Mijn naam is Otwe. Ik ben degene die de robotkrabben en de IJzeren Reus heeft gebouwd. En vanaf vandaag…”
“…is het Hart van de Oceaan van mij.”
Voordat iemand kon reageren, drukte Otwe op een afstandsbediening. KLIK! Uit de vloer schoten stalen kooien omhoog. KLANG! Oroe, Onnie, Oland, Ess, Gber, Arc, Art, Aul, Amar en Ef zaten gevangen. “Dat was… niet slim,” bromde Amar. Otwe liep naar het Hart van de Oceaan en stak zijn hand uit. Maar op het moment dat hij de glazen bol aanraakte, begon de hele tempel te schudden. Het blauwe licht veranderde in felrood. Een zware stem galmde door de tempel: “ONWAARDIGE GEBRUIKER GEDETECTEERD.”
Otwe keek geschrokken om zich heen. “Wat?” Diep onder de tempel klonk opnieuw het dreunen. Maar deze keer veel harder. BOEM! BOEM! BOEM! Een gigantische scheur trok door de vloer. Uit de donkere diepte verscheen langzaam een enorm oog. Het oog was groter dan de hele tempel. Zelfs Otwe deed een stap achteruit. Gber fluisterde: “Dat… is de Bewaker van het Hart.”
Einde van deel 5.
Het reusachtige oog staarde naar iedereen in de tempel. Niemand durfde te bewegen. Zelfs Otwe bleef stokstijf staan. Langzaam rees de Bewaker van het Hart uit de diepe kloof omhoog. Hij leek op een enorme zeeslang met glinsterende schubben en lange, gouden vinnen. Zijn lichaam was zo groot dat het tussen de zuilen van de tempel kronkelde. Zijn stem dreunde door het water. “Wie probeert het Hart van de Oceaan te stelen?” Otwe stapte naar voren. “Ik! Met de kracht van het Hart zal ik de wereld beheersen!” De Bewaker keek hem zwijgend aan. Toen schudde hij langzaam zijn kop.
“Verkeerd antwoord.” Met één krachtige zwiep van zijn staart sloeg hij Otwe achteruit. BOEM! Otwe belandde tegen een stenen muur. Ondertussen zat de CZC nog steeds opgesloten. “Ik krijg deze tralies niet kapot,” zei Ef, terwijl hij er met al zijn kracht tegen duwde. “Misschien hoeft dat ook niet,” zei Oland. Zij liet haar acht armen tussen de stalen spijlen glijden en bereikte het slot aan de buitenkant.
Klik… klik… KLAK! De deur van de kooi sprong open. “Mooi gedaan!” riep Art. Binnen een paar minuten had Oland alle kooien geopend. “Nu moeten we de Bewaker helpen!” zei Oroe. Maar Aul keek naar zijn scanner. “Wacht… Er klopt iets niet.” “Wat bedoel je?” vroeg Ess. “De energie van het Hart wordt zwakker.” Iedereen keek naar de glazen bol. De blauwe gloed flikkerde. “Als het Hart uitvalt,” zei Gber, “raken de zeestromingen uit balans. Dan zullen de oceanen stijgen en ontstaan er overal gigantische overstromingen.” “Dan moeten we het beschermen!” zei Onnie. Op dat moment drukte Otwe opnieuw op zijn afstandsbediening.
KLIK! Vanuit verborgen tunnels kwamen tientallen nieuwe robots tevoorschijn. Maar dit waren geen krabben. Het waren robothaaien. Hun metalen vinnen sneden door het water en hun rode ogen lichtten fel op. “Daar gaan we weer,” zuchtte Amar. Arc schoot vooruit om de eerste robothaaien af te leiden. Ess stuurde krachtige elektrische schokken door het water. Ef ramde twee robothaaien tegelijk. Art bouwde razendsnel een draaipoort die de robots één voor één tegenhield. Oroe leidde het team. Maar terwijl iedereen vocht, zag Aul iets op zijn scherm. Zijn ogen werden groot. “O nee…” “Wat is er?” vroeg Oroe. Aul slikte. “Dit was maar een afleiding.” “Otwe is verdwenen…” Iedereen keek om zich heen. De schurk was nergens meer te zien.
Alleen het Hart van de Oceaan was verdwenen. Otwe had het gestolen.
Einde van deel 6.
“Het Hart van de Oceaan is weg!” riep Aul. De hele tempel begon opnieuw te schudden.
BOEM… BOEM… BOEM…
De Bewaker van het Hart keek naar de lege plek waar het Hart had gestaan. “Te laat…” zei hij met een zware stem. “Als het Hart niet binnen 24 uur wordt teruggebracht, zullen de oceanen steeds wilder worden.” Op dat moment begon het water in de tempel razendsnel te kolken. Ver weg hoorden ze het bulderen van enorme golven. Oroe keek vastberaden naar zijn team. “Dan gaan we Otwe achterna!” “Maar waar is hij heen?” vroeg Onnie. Aul haalde een klein apparaatje uit zijn tas. “Ik had stiekem een volgzender op Otwe’ afstandsbediening geplaatst.” Hij keek naar het scherm. “Ik heb hem!” “Waar is hij?” vroeg Amar ongeduldig. Aul wees naar een rood knipperend punt. “Op weg naar de Zwarte Maalstroom.” Zelfs Gber schrok. “Daar is nog nooit iemand levend uitgekomen.” “Dan worden wij de eersten!” zei Ef. De CZC vertrok meteen op pad. Arc schoot vooruit om de veiligste route te zoeken. Ess gebruikte haar elektriciteit om de weg te verlichten in de donkere diepte. Art bouwde onderweg een sterke onderwaterglider, zodat het team sneller kon reizen. Na uren zwemmen zagen ze de Zwarte Maalstroom.
Een gigantische draaikolk zo groot als een stad draaide eindeloos rond. In het midden stond een donker, metalen eiland dat uit de zee leek op te rijzen. Boven op het eiland stond Otwe. In zijn handen hield hij het Hart van de Oceaan. Hij lachte. “Jullie zijn precies op tijd.” Hij plaatste het Hart in een enorme machine. De machine begon meteen te gloeien. Overal om hen heen ontstonden gigantische golven. “Nee!” riep Gber. Otwe hief zijn armen omhoog. “Vanaf vandaag bepaal ík hoe hoog de zee stijgt!” Maar voordat hij de machine helemaal kon inschakelen, klonk er een vreemd geluid. PIEP… PIEP… PIEP…
Art keek verbaasd. “Dat klinkt als… mijn bouwcomputer?” Hij pakte zijn afstandsbediening erbij. Op het scherm verscheen een bericht:
‘Onbekende verbinding gedetecteerd.’
Aul keek snel mee. Toen begon hij te glimlachen. “Ik denk dat ik een idee heb…”
Einde van deel 7.
Deel 8 – Het Slimme Plan
De wind gierde boven de Zwarte Maalstroom. De enorme machine van Otwe begon steeds harder te zoemen.
WHOOOOOOM…
Het Hart van de Oceaan straalde een felblauw licht uit. “Nog één minuut!” riep Otwe. “Dan gehoorzaamt de hele oceaan mij!” Maar Aul glimlachte. “Niet als mijn plan werkt.” “Vertel!” zei Oroe. Aul wees naar Art. “De machine van Otwe gebruikt dezelfde bouwchips als de apparaten die Art ooit heeft ontworpen.” Art keek verbaasd. “Dat betekent dat ik misschien kan inloggen op zijn machine!” maakte Aul af. Art pakte zijn bouwcomputer en begon razendsnel te typen.
Klik… klik… klik…
Op het scherm verscheen:
VERBINDING GEMAAKT
“Ik zit erin!” riep Art. Otwe keek geschrokken om. “Wat?!” “Arc!” zei Oroe. “Leid hem af!” “Komt voor elkaar!” Arc schoot met enorme snelheid om Otwe heen. Zo snel dat Otwe hem nauwelijks kon volgen. “Hier ben ik!” “Nee, hier!” “Of toch hier?” Otwe werd duizelig van alle snelle bewegingen. Ondertussen gaf Ess een krachtige elektrische schok aan de machine.
ZZZZZT!
De beveiliging begon te haperen. “Nu, Ef!” riep Oroe. Ef zwom met volle kracht naar voren.
BOEM!
Hij sloeg een dikke stalen deur uit de machine. Binnenin zag Oland een wirwar van kabels. Zij glipte naar binnen en maakte razendsnel de juiste verbindingen los. “Nog tien seconden!” riep Art. Amar hield ondertussen een groep robotbewakers bezig. “Kom maar op!” riep hij luid. Zijn stem galmde over het hele eiland en trok alle robots naar hem toe, zodat de rest ongestoord kon werken. Onnie hield de robots tegen met krachtige beuken. Gber bleef rustig bij het Hart van de Oceaan. “Nog even volhouden…” Plotseling verscheen op Arts scherm:
BESTURING OVERGENOMEN
“Gelukt!” juichte Art. De machine schakelde zichzelf uit. Het blauwe licht van het Hart werd weer rustig. Otwe keek vol ongeloof. “Nee… Dit kan niet!” Maar toen begon de grond onder het metalen eiland te beven.
KRAAAK…
Aul keek op zijn scanner. “Dat is niet goed.” “Wat nu weer?” vroeg Amar. Aul slikte. “Het eiland zinkt…” “…en het neemt het Hart van de Oceaan mee de diepte in!”
Het metalen eiland begon langzaam te zinken.
KRAAAK… BOEM…
Grote platen staal braken los en verdwenen in de donkere diepte. “In beweging!” riep Oroe. De CZC zwom zo snel als ze konden naar het Hart van de Oceaan. Maar de machine, met het Hart erin, gleed al naar beneden. “Ik haal hem!” riep Arc. Als een blauwe flits schoot hij omlaag. Hij bereikte de machine als eerste, maar hij kreeg het Hart niet los. “Het zit vast!” Art kwam meteen achter hem aan. “Geef me tien seconden.” Met een kleine gereedschapskist begon hij de vergrendeling los te maken.
Klik… klik… KLAK!
“Los!” Net toen Aul het Hart wilde pakken, schoot Otwe weer tevoorschijn. “Dat Hart is van mij!” Hij greep de bol met beide handen. Maar Ef was sneller. Met één krachtige duw stootte hij Otwe opzij. Het Hart zweefde even los in het water. Oland gebruikte haar acht armen om het voorzichtig op te vangen. “Ik heb het!” Op datzelfde moment klonk een harde knal.
BOOOOOOM!
De machine ontplofte. Een enorme schokgolf sleurde iedereen mee. Onnie zwom direct naar Amar en duwde haar uit de buurt van vallende staalplaten. Ess gebruikte haar elektrische kracht om een ingestorte doorgang te openen. Gber wees naar een heldere lichtstraal. “Daar! De uitgang!” De CZC zwom er met volle snelheid naartoe. Achter hen stortte het hele eiland in. Toen ze eindelijk veilig waren, kwam de Bewaker van het Hart uit de diepte omhoog. Hij keek naar Oland, die het Hart stevig vasthield. “Jullie hebben moed, vertrouwen en samenwerking getoond,” zei de Bewaker.
“Breng het Hart terug naar zijn plaats.” Oroe knikte. “Dat doen we.” Maar voordat ze konden vertrekken, begon Otwe te lachen. “Haha… Denken jullie echt dat het voorbij is?” Iedereen keek om. Otwe wees naar de horizon. In de verte kwam een muur van water op hen af. Een golf nog hoger dan een berg. Gber keek geschrokken.
“De Megagolf…” “Zelfs met het Hart van de Oceaan hebben we nog maar één kans om de wereld te redden.”
De Megagolf kwam razendsnel dichterbij. Hij was zo hoog als een berg en strekte zich uit van de ene horizon tot de andere. Als hij de kust zou bereiken, zouden miljoenen mensen worden meegesleurd. “We hebben nog maar een paar minuten!” riep Aul. Oroe keek zijn vrienden aan. “Iedereen weet wat hij moet doen. We doen dit samen!” Iedereen knikte.
Arc schoot vooruit om de snelste route naar de Tempel van de Getijden vrij te maken. Art bouwde onderweg een speciale houder, zodat het Hart van de Oceaan veilig vervoerd kon worden. Ess gebruikte haar elektrische kracht om ingestorte tunnels te openen. Ef duwde enorme rotsblokken opzij alsof het kleine steentjes waren. Onnie hielp de anderen door zware brokstukken weg te beuken. Oland droeg voorzichtig het Hart van de Oceaan. Amar moedigde iedereen luid aan. “Kom op! We kunnen dit!”
Zelfs Gber moest lachen. “Je bent misschien luid, Amar… maar vandaag is dat precies wat we nodig hebben.” Na een razendsnelle tocht bereikte de CZC de tempel. In het midden stond de lege plaats waar het Hart hoorde. “Nu!” riep Oroe. Oland plaatste het Hart voorzichtig terug. Heel even gebeurde er niets. Toen begon de tempel fel blauw te stralen. De Bewaker van het Hart verscheen opnieuw. Hij legde één vin op het Hart. “Jullie hebben bewezen dat echte kracht niet uit machines komt, maar uit samenwerking.” Het Hart begon sneller te draaien. Over de hele wereld veranderden de zeestromingen.
De Megagolf werd steeds kleiner. Eerst zo hoog als een berg. Toen zo hoog als een gebouw. Toen zo hoog als een huis. En uiteindelijk veranderde hij in gewone golven die rustig tegen de kust rolden. Overal juichten de mensen. Steden waren gered. De wereld was veilig. Ondertussen probeerde Otwe stiekem te ontsnappen in een kleine onderzeeër. Maar Arc was hem al gevolgd.
“Waar dacht jij heen te gaan?” Nog voordat Otwe kon antwoorden, hield Ef de onderzeeër tegen. Onnie trok de deur open. “Je avontuur is voorbij.” Otwe gaf zich over. Later die dag keerde de CZC terug naar hun onderwaterbasis.
Professor L. Bouman de 12de wachtte hen op. “Ik ben ongelooflijk trots op jullie,” zei hij. “Jullie hebben niet alleen de oceaan gered…” “…maar de hele mensheid.”
Die avond vierden de vrienden hun overwinning. Art bouwde een groot podium. Ess zorgde voor een prachtige lichtshow. Amar vertelde luidkeels de spannendste momenten van hun avontuur. Arc hield een wedstrijdje wie het snelst kon zwemmen. Aul maakte een herinneringsboek vol foto’s en kaarten. Onnie, Ef en Oroe keken uit over de rustige zee.
Gber glimlachte. “Er zullen altijd nieuwe uitdagingen komen.”
Oroe knikte.
“En zolang de Cybernetische Zeewezens Club bestaat…”
“…zal er altijd iemand zijn om de oceanen én de mensen te beschermen.”
Einde. 🌊
CZC-lied (op de melodie van diep in de zee)
Couplet 1
Diep in de zee, daar wonen wij,
Samen sterk en altijd blij.
Oroe leidt ons, vooruit, vooruit,
De CZC groot zingen we luid!
Refrein
CZC, kom doe maar mee,
Samen redden wij de zee.
Sterk en slim, groot of klein,
Samen zullen wij er zijn!
Couplet 2
Arc is snel en Art bouwt mee,
Aul bedenkt een goed idee.
Ess geeft stroom, Ef is sterk,
Iedereen doet knap zijn werk.
Refrein
CZC, kom doe maar mee,
Samen redden wij de zee.
Sterk en slim, groot of klein,
Samen zullen wij er zijn!
Brug
Onnie helpt en Oland ook,
Amar roept met veel geluid.
Gber kent de weg heel goed,
Samen hebben wij veel moed!
Laatste refrein
CZC, kom doe maar mee,
Samen redden wij de zee.
Vrienden voor altijd, één voor één,
De CZC staat nooit alleen!
De zon ging bijna onder boven de Noordzee toen het noodsignaal via het sonarnetwerk van Oroe binnenkwam. Voor de kust van Julianadorp waren vier zwemmers door een verraderlijke aflandige wind en een krachtige mui [KNRM.nl, 1.1.2] – een sterke stroom tussen de zandbanken door [KNRM.nl, 1.1.2] – de open, diepe zee in gesleurd. Ze waren uitgeput en verdwenen langzaam in het aappenduister van de vallende nacht.
Op 700 meter diepte, in de centrale van het Cybernetisch Zee Centrum (CZC), reageerde het team direct. “Aul, bereken de exacte stroming en de overlevingstijd van de zwemmers!” commandeerde Art. De zalm-supercomputer flitste door de data: “Huidige positie: 4 kilometer uit de kust. Watertemperatuur: 14 graden. Onderkoeling dreigt binnen 20 minuten. Snelheid is cruciaal.”
“Operatie Zilvermeeuw start nu!” riep Amar de kreeft luidruchtig, terwijl ze haar scharen bemoedigend in de lucht klapte. “Ik hou de basis warm, halen jullie ze op!”
Als een levende torpedo schoot Arc, de snelste aal ter wereld, als eerste door het wateroppervlak. Hij moest contact maken en de zwemmers drijvend houden. Vlak achter hem zwom Oroe, die met haar kilometersver reikende cyber-sonar de exacte hartslagen van de slachtoffers door de golven heen peilde.
Aan de oppervlakte was de paniek groot. De vier zwemmers konden niet meer. Plotseling schoot Arc met een gigantische vaart vlak onder hen door. Met zijn bio-elektrische warmte-uitstoot warmde hij het ijskoude water rondom de zwemmers direct een paar graden op. Vlak daarna brak een reusachtig, glanzend pantser de golven: Onnie was gearriveerd.
“Houd je vast!” leek de blik in de vriendelijke ogen van de gigantische orka te zeggen. Haar hart van goud was groter dan de Noordzee zelf. Oland, de octopus, zat stevig op Onnie’s rug. Met haar acht flexibele, cybernetische armen reikte ze diep in het water en tilde de vier uitgeputte mensen met uiterste precisie en zachtheid één voor één op het brede, veilige pantser van de orka.
De zwemmers rilden van de kou, maar waren veilig. Om te zorgen dat er geen menselijke helikopters of reddingsboten alarm sloegen door de aanwezigheid van de cyber-orka, zwom Ef de haai vlak onder hen. Met zijn indrukwekkende kracht sneed hij door de tegenstroom in de mui [KNRM.nl, 1.1.2], waardoor hij een kalm ‘spoor’ van rustig water trok waar Onnie moeiteloos doorheen gleed.
Binnen enkele minuten legde Onnie de vier overstuurde, maar levende mensen zachtjes af op een rustige zandbank vlakbij het strand. Voordat de verbijsterde zwemmers goed en wel begrepen dat ze zojuist waren gered door een bende cybernetische zeewezens, gleed de brigade geruisloos terug de donkere golven in.
Terug op de bodem van de Noorse Trog proostte het team met een flinke portie diepzeegarnalen. De basis was nog steeds volkomen geheim, en de CZC had bewezen dat ze niet alleen bouwers waren, maar de ultieme beschermers van de zee.